Precies een jaar geleden, in februari 2024, kreeg ik ‘de sleutel’ van mijn allereerste moestuin. Al jaren droomde ik van allerlei groenten uit eigen tuin en nu was het eindelijk zover. Nu terugkijkend op het afgelopen jaar, evalueer ik mijn ervaringen. Ik kijk naar de dingen waarvan ik zeker weet dat ik ze dit jaar anders wil gaan aanpakken. En ik ben niet de enige. Al pratende met een aantal van mijn MOES-buren heb ik een lijstje gemaakt. Voor mij om niet meer te vergeten, en misschien voor jou om er wat van op te steken. Een lijstje met lessen van het afgelopen MOES-tuinierjaar.
Met dank aan Paula, Laura, Diana en Ron, Kitty, Simonette, Geraldine en Marco.

1. Zorg goed voor de grond
We hebben het allemaal meegemaakt: je eerste dag aan het werk in de moestuin. Of eigenlijk is het nog geen tuin.. het is nu nog een stuk grond. Die grond zit vol voedingsstoffen en is van een goede structuur. Echter, je moet er flink mee aan de slag voordat je er zaailingen in kan planten. Maar ja, na een paar uur omspitten en twee volle kruiwagens compost vindt je het wel welletjes en denk je dat je klaar bent. Je wilt zo snel mogelijk naar het leuke gedeelte en dat zijn de plantjes.
Ik heb het meegemaakt. Je denkt dat je genoeg (wormen)compost hebt gebruikt, maar niets is minder waar. Je plantjes overleven het niet. Je komt er niet meteen achter, maar een paar maanden later baal je als een stekker. Een goede grond is de basis van iedere moestuin. Voordat je overgaat naar het zaaien en planten, doe er nog maar een centimeter (wormen)compost bij. En als je denkt dat dat genoeg is, doe er dan nóg maar een centimeter bij. Beter is om eerst de blog over de bodemkwaliteit en bemesting te lezen. Gewoon doen. In het begin is het even saai, maar een goede basis is echt waar je later veel plezier van hebt.
2. Verbouw niets wat je niet lekker vindt
In de meeste artikelen over beginnende moestuinierders lees je dat je alleen datgene moet verbouwen wat je lekker vindt. Ik heb moeite met dit advies en zou het graag willen omdraaien: verbouw niets wat je niet lekker vindt. Soms weet je namelijk niet wat je wel en niet lekker vindt. Snijbiet bijvoorbeeld. Ik had het nog nooit gegeten en nu lunch ik er meerdere keren per week mee. Heerlijk. Had ik alleen verbouwd wat ik lekker vond, dan had ik het genot van snijbiet gemist.
Dat gezegd hebbende, palmkool. Kende ik ook niet voordat ik het ging verbouwen. De plant is prachtig en geeft zoveel oogst. Een genot om naar te kijken. Vol verwachting ging de eerste oogst mee naar huis. We vonden het niets. En toen had ik nog 4 planten in de tuin staan. Ik heb het nog een paar weken aangekeken, maar ik merkte dat ik absoluut geen zin had om moeite te doen voor deze planten. Ik heb de rest van de oogst weggegeven en de planten gerooid.
Dus wat te doen met deze les? Verspil geen tijd aan gewassen waarvan je zeker weet dat je ze niet lekker vindt. Een moestuin kost tijd en waarom die tijd besteden aan dingen die je niet leuk vindt. Weet je het niet zeker, probeer vooral. Want hoe leuk is het om nieuwe schatjes te vinden.

3. Experimenteer
En dat brengt me bij het volgende punt. Experimenteer! Bijvoorbeeld met zaaibakjes: je kan in van alles zaaien. Mijn voorzaai-assortiment is een gezellig mengsel van plastic snacktomatenbakjes, wcrollen, plantenbakjes en Charles- Dowding-zaaitrays. Het werkt allemaal. Maar experimenteer ook met het zaaien zelf. Zaai een maand eerder of later dan op het zakje staat. Vergeet niet dat we een moestuin in een kas hebben en ons seizoen dus net eventjes iets anders loopt dan een moestuin buiten. Het is milder in de winter en de warmte in de zomer gaat langer door. Je kan meer dan in een buitentuin.
Experimenteer met nieuwe soorten. Vorig jaar heb ik kiwano verbouwd en jemig wat was dat een gave vrucht. Dit jaar experimenteer ik met 12 tomatensoorten. Nog geen idee waar ik die allemaal ga neerzetten, maar het vooruitzicht maakt me blij.
Maar experimenteer ook met de oogst. Waarom alleen de broccoli-bol eten als je de prachtige bladeren of stronk ook kan eten? Te vroeg geoogste pastinaak? Super handig, want dan hoef je ze niet te schillen en gaat het stronkje gewoon met wat balsamico erover in de oven. Heerlijk voorgerecht. En realiseer je dat als je van veel planten de buitenste bladeren oogst, maar de rest laat staan, de plant verder groeit: allerlei slasoorten, snijbiet, palmkool, spinazie, boerenkool. Probeer maar.
Experimenteren maakt het moestuinieren leuker en het verrast je keer op keer.
4. Blijf zaaien – het hele jaar door
Ik weet nog dat ik ergens in juni opschrok omdat ik me realiseerde dat ik nu boerenkool moest voorzaaien, wilde ik die in december kunnen oogsten. En toen was ik al aan de late kant met voorzaaien! Ik zat tot mijn ellebogen diep in de courgette-oogst dus het laatste waar ik aan wilde denken was boerenkool. Echter, hoe blij was ik in december dat ik het toch maar gedaan had. Cansu (@backyardgoodness) geeft toch wel het beste advies: zorg dat je iedere 5 weken een tray met zaailingen hebt klaarstaan. Iedere keer als je iets oogst en de plant eruit haalt, staat er iets nieuws klaar om de grond in te gaan. Zo ben je verzekerd van continue oogst.
Soms denk je er niet aan omdat je tuin vol met planten staat. Maar de situatie kan een paar weken later opeens anders zijn. Dan heb je allemaal lege plekken die je niet kan vullen en dat is jammer. Denk in de zomer dus ook na over wat je in de winter zou willen groeien. Maar ook in het najaar kan je nog veel zaaien. Denk aan allerlei bladsoorten, rucola, mizuna, winterpostelein, red frills (koolsoort), tuinbonen, doperwten (niet alle soorten, check hetzakje).
Ook hier geldt dat in de beschermde omgeving van de kas zoveel meer kan dan buiten. Blijf zaaien en profiteer van continue oogst.

5. Geef de plant de ruimte maar plant zoveel mogelijk
In de eerste maanden vergat ik rekening te houden met de ruimte tussen de planten. Mijn tomatenplanten stonden zo dicht op elkaar dat ik niet meer wist welke tak van welke plant was. Als reactie daarop had ik mijn kolen in het najaar weer zover van elkaar geplant dat er te veel kale grond was. Ja, het is goed om planten de ruimte te geven. Echter ik denk dat dit vooral voor planten van
dezelfde soort geldt. Je kan meer planten dan je denkt. Tussen twee planten die de hoogte in gaan (bijv. tomaten), kunnen makkelijk een paar lage planten staan (basilicum of wortels). En vergeet radijsjes niet! Die kunnen overal tussen.
Dat brengt mij bij het onderwerp van combinatieteelt. Want als je alles vol wil planten, moet je dan geen rekening houden met de zgn. goede en slechte buren? De meningen hierover verschillen. Als fan van de Schijnbare Chaos-theorie (van Frank Anrijs) doe ik er niet aan. Bij
mij staat alles door elkaar. Mijn doel is om de grond zo optimaal te benutten en alles zo vol mogelijk te planten. Ik wil de grond niet zien. Een volle beplanting is mijn optimale manier van mulchen (zie volgend punt).
6. Mulchen
Het hoge woord is eruit; mulch. Ik dacht dat ik begreep wat mulchen was, totdat de gewassen in een deel van mijn tuin het niet goed deden. Dat was trouwens hetzelfde deel van de tuin waar ik de grond niet goed genoeg had voorbereid (zie punt 1). Maar het bleek ook dat ik niet goed had gemulcht. Over mulchen kan je je dagenlang verdiepen. In mijn Jip-en-Janneke-taal uitgelegd, is mulchen goed om vocht in de grond vast te houden, om onkruid tegen te gaan en dat is weer goed voor de bodemstructuur. Kort gezegd, met mulch bedek je de bodem en dat is goed voor de bodem en plant.
Mulchen kan op verschillende manieren. Ik doe het voornamelijk met beplanting. Ik vind dat het leukste, het meest productieve en het meest esthetische. De plantenwortels dragen bij aan de bodemstructuur en houden vocht vast. Daarnaast mulch ik met compost. Het uitgangspunt is dat de grond nooit zichtbaar mag zijn. En dat betekent dat je altijd meer compost moet gebruiken dan je eigenlijk denkt. Dit jaar experimenteer ik met wol als mulch. Zou volgens Gardeners’ World ook moeten helpen tegen de slakken. We gaan het zien.

7. Meeldauw
Je kon er afgelopen zomer bijna niet omheen: zowat iedere courgette- of pompoenplant had meeldauw. Meeldauw is een schimmel. Je ziet witte poederachtige stippen op de bladeren van je plant. Deze kunnen zich uitbreiden naar de stelen van de plant. Doe je niets, dan droogt het blad uit en kan je het verscheuren als crepepapier. Meeldauw verspreidt zich heel snel door je tuin (en die van je buren!). Snel handelen is daarom aanbevolen. Het duurde even voordat ik begreep wat ik precies moest doen, maar ik denk dat ik het nu weet.
Als eerste behandel ik iedere ‘meeldauwplant’ (courgette, komkommer, augurk, kiwano, pompoen) preventief met lavameel. Een a twee keer in de week vanaf het moment dat de plant bladeren begint te krijgen. Lavameel helpt de plant sterkere bladeren te ontwikkelen.
Het moment dat ik de eerste sporen van meeldauw zie, spray ik direct met melkoplossing (40% melk en 60% water). De melkoplossing gaat rijkelijk over alle bladeren, ook over de schone. Dat herhaal ik iedere bezoek totdat de meeldauw weg is. De meest beschadigde bladeren haal ik weg. De gouden tip die ik hierover kreeg is: houdbare melk. Natuurlijk kan je in de zomer standaard verse melk meenemen, maar soms vergeet je het of je hebt net niet genoeg bij je. Houdbare melk hoeft niet in de koelkast. Zorg dus dat je een voorraadje hebt staan zodat je altijd kan sprayen. Het maakt alles zoveel makkelijker. Meeldauw bestrijden is saai en stom (en de melkoplossing stinkt ook een beetje), maar doe je dit goed, dan blijven je planten gezond en kan je meer oogsten.

8. Geduld
We hebben het allemaal druk en als ik voor mezelf spreek, heb ik soms de neiging om mijn haast op de tuin te projecteren. Maar ja, die zaailing groeit echt niet sneller omdat jij haast hebt. Omarm dat gevoel en laat het lekker over je heenkomen. Waarom zou je je ook haasten?
Zie de pracht van de tuin en hoe alle plantjes groeien. Luister naar de hommeltjes hommelen tussen de bloemetjes. Hoor het druppelen van de watersystemen. Voel de aarde door je vingers gaan. En ruik de geuren van bleekselderij en de kolen. Hoezo haast? Wat was dat ook alweer? Heb geduld als iets niet gaat zoals je dat gepland had. Het komt wel goed. Misschien niet op de manier waarop je had gehoopt, maar dan ook is het goed.
Het kan overweldigend zijn als de tomatenplanten van je buren al bloemen hebben en die van jou nog niet eens een knop. Of als je ziet dat anderen al een bloemkool kunnen oogsten maar die van jou onder de rupsen zit. Het kan zijn dat je denkt dat je achterloopt. Niets is minder waar. Jouw moestuin heeft een eigen tempo en met geduld krijg je al het moois waarvoor je zo hard hebt gewerkt. Heb geduld en het komt goed.
Ik ga dit jaar geduld oefenen met het uitplanten van mijn zaailingen. Ik was soms zo ongeduldig dat ik te kleine plantjes een plekje gaf in de tuin. Dit had zelden een goed resultaat. Wacht gewoon even een paar weken totdat ze mooi sterk zijn. Heb geduld.
Tot slot
Tenslotte, niets van wat ik heb geschreven is de ultieme waarheid. Experimenteer vooral zelf en leer op die manier wat het beste werkt voor jou. Ik ben heel benieuwd naar jouw ervaringen en als je erover wil kletsen kom vooral langs bij Aardbei 23 en 24.
