April 2024:
Ik zag in het lokale krantje een artikel over een open huis bij een kweker in Amstelveen die moestuinen verhuurde in een kas. Een moestuin stond al lang op mijn verlanglijstje. Ik zei tegen mijn man: zullen we even gaan kijken? ……..
April 2025:
Ik heb nu een jaar lang met heel veel plezier tijd aan de moestuin besteed en veel geoogst. Dat plezier komt ook door de hulp/adviezen van mijn lieve gezin, de fijne community, Piet en Wouter.
Je kan gerust zeggen dat ik een beetje een verslaving heb ontwikkeld. Maar wel een gezonde die er voor zorgt dat je fysiek en mentaal lekker in je vel zit. Het was en is een hele ontdekkingstocht en ik geniet er nog steeds iedere dag van. Via deze blog deel ik met jullie mijn ervaringen van het afgelopen jaar. Een blog die, door mijn enthousiasme en blog-onervarenheid waarschijnlijk (te) lang wordt. Want er is veel te vertellen en er zijn veel tips die ik graag met jullie wil delen. Dus, daar gaan we dan….
1. Mijn zomergroenten
In de zomer van 2024 heb ik, zoals velen van ons, vooral veel groente gekweekt die houden van warmte.
1.1 Courgettes en pompoenen
Mooie planten met prachtige bloemen, die erg groot kunnen worden. (Fles)pompoen: ik had deze via een stevige constructie van grote bamboestokken en tie-wraps omhoog geleid, en dat werkte prima. De constructie moet wel echt stevig zijn om te voorkomen dat deze door het gewicht om zal vallen. De scheuten groeien erg snel en moet je echt in bedwang houden. Ze grijpen zich overal aan vast. Ook aan plekken waar jij, je buren of de familie Kolk ze niet willen tegen komen.
Wees niet te gulzig; 1 plant kan ca. 3-5 goede pompoenen produceren. Dit kost veel energie, en vaak zie je ook dat op een gegeven moment nieuwe pompoenen gewoon niet meer verder groeien. Van 2 planten had ik afgelopen jaar 6 prachtige pompoenen.

Ook al lijkt het onwaarschijnlijk: meestal blijven de pompoen stevig hangen. Maar mocht je je zorgen maken: gebruik een netje van uien of sinaasappels of een groentenetje van de supermarkt als “pompoen BH”. Doe het om de pompoen en bevestig het netje aan de draagconstructie. In de loop van het seizoen worden vooral de oudere bladeren lelijk door meeldauw o.i.d. Knip ze gerust af; zolang er nog genoeg nieuw blad is kan dat geen kwaad. Sterker nog: zo zorg je ervoor dat er genoeg licht en lucht rond de plant is, wat ook weer kan helpen bij het voorkomen van meeldauw e.d. en jij kan je pompoenen in wording mooi zien groeien.
De (niet klimmende) courgetteplant wordt vooral heel breed. Als je er tijdens planten meteen een stevige stok bijzet dan kan je later de “stam” iedere keer tijdens de groei mooi aanbinden. De plant neemt dan wat minder grondruimte in beslag en je houdt beter zicht op welke vruchten er oogst klaar zijn. En ook hier geldt: snoei gerust af en toe eens wat bladeren om dezelfde redenen als bij de pompoen.
1.2 Zoete aardappel
Een lief klein plantje in tuincentrum verleidde mij om dit te gaan kweken. Deze had ik rond mei in de volle, goed losgemaakte grond (gemengd met potgrond en veel compost) gezet. Zoete aardappelplanten blijken dus hele lange stengels met veel blad te maken. Dat blad kan je overigens ook eten in een roerbak o.i.d. Het is een veelzijdige plant; ik houd ervan! Laat wel genoeg blad zitten, want de plant heeft deze ook nodig om de knollen te kunnen ontwikkelen.
De stengels kan je over de grond laten groeien, maar dat zag ik niet zitten. Daarnaast zag ik ook dat de stengels die op de grond lagen wortels begonnen te vormen op plaatsen waar ik dat zeker niet wilde. Dus ook deze plant moest hup, de lucht in. Via een net tussen 2 grote bamboestokken ben ik de stengels omhoog gaan leiden en dat werkte prima. Stengels die zich niet aan mijn grenzen hielden werden gesnoeid.
Halverwege de groeiperiode probeerde een aardappel naar de oppervlakte te komen; daar heb ik toen weer wat extra compost op aangebracht. Rond oktober begint dan het leukste: wat bevindt er zich onder de grond ? Heel voorzichtig heb ik de knollen opgegraven, want als je ze beschadigt kan je ze minder lang bewaren. Mijn oogst was prima; prachtige grote knollen waarvan 1 echt enorm was!

Een hele kleine aardappel met daaraan wortels en een stuk stengel had ik bewaard en in een potje met grond gezet. Die heeft de hele winter voor het raam boven de verwarming gestaan. De stengel begon rond oktober/november eerst nog enthousiast te groeien, maar dat stopte
uiteindelijk en deze werd lelijk. Die heb ik toen weer een paar centimeter boven de grond gesnoeid. De hele periode heb ik de aarde licht vochtig gehouden en veel tegen hem gepraat. En nu begint er weer een plantje te groeien. Eigenlijk had ik niet gedacht dat het experiment zou lukken. Maar zo zie je maar; de natuur verrast je iedere keer weer.
Dus moet ik nog een keer mijn moestuinplanning gaan herzien om ook hiervoor een plekje te maken, want dat heeft zo’n dapper plantje wel verdiend. Overigens is het verstandig de geoogste aardappels nog ca. 2 weken in een droge / warme omgeving te leggen. Hierdoor worden ze zoeter. Daarnaast droogt de schil dan wat uit, wat de bewaartijd verlengd.
1.3 Mais
Het leek mij leuk om suikermais te kweken. Ze keurig volgens de regels in een zogenaamd blok gezaaid in de volle grond. Toen begon het lange, lange wachten. Het duurde best een tijdje voordat ze begonnen te groeien, maar daarna was er geen houden meer aan. Prachtige dikke stengels stonden heel majestueus in mijn tuin. Het was een echt “conversation piece”. Ik heb er ook nog paar mooie kolven van kunnen oogsten. Dit jaar ga ik geen suikermais, maar de wat kleinere zogenaamde “mini” mais kweken. Ze zijn wat minder dominant aanwezig en de timing van de oogst luistert veel minder nauw. Je oogst de kolfjes namelijk juist als ze nog klein en onrijp zijn om ze daarna gebruiken in
bijvoorbeeld een roerbakgerecht.

Dus dit jaar voor mij geen rondje tikken tegen de mais om de bevruchting plaats te laten vinden. Ja, mede-moestuinders; misschien dachten jullie soms dat ik een beetje in de war was; maar de liefdevolle tikjes hadden dus een reden, hahaha!
1.4 Nieuw Zeelandse Spinazie
Dit is een nog redelijk onbekende groente. Waar het tijdens de zomer veel te warm is voor gewone spinazie, heeft deze plant het helemaal naar zijn zin en groeit als een malle. 1 plant kan al gauw 1 vierkante meter grond bedekken. De plant blijft laag en je kan de stengels prima snoeien en het blad eten (bakken of stoven). Waar je de stengels hebt gesnoeid gaat de plant weer nieuwe stengels maken. Ook als ze bloeit blijft ze eetbaar. Tegen het najaar wordt de plant lelijk en dan is het beter om hem te verwijderen. Ze zou ook niet vorstbestendig zijn.
De naam spinazie is overigens wel een beetje misleidend. Het is geen familie en het blad is wat dikker en stugger en niet echt geschikt om rauw te eten. Tot mijn verbazing ben ik erachter gekomen dat hij zichzelf heeft uitgezaaid. Gelukkig zijn ze goed herkenbaar dus het uitzaaien is niet problematisch. Ik ga dit jaar denk ook eens proberen om de plant ook als “mulch-plant” te gebruiken onder hoge gewassen die graag vochtige aarde willen. Weer een experimentje dus. Leuk!

1.5 Bonen / peulen.
Leuke planten in allerlei soorten en maten en vaak met mooie bloemen. Je hebt lage- (stambonen) en hoge rassen (stokbonen). Stambonen geven over het algemeen na kieming sneller oogst dan stokbonen. Je kan hierdoor dus met een beetje planning over een lange periode bonen oogsten.
Om te voorkomen dat bonen niet opkomen kiem ik ze het liefst voor in een plastic bakje met daarin vochtig keukenpapier. Pas als de kiempjes verschijnen plant ik ze in de tuin. Op die manier ben ik wat zekerder dat ze ook opkomen; er zijn altijd van die dwarse gasten die er
gewoon geen zin meer in hebben. Vervoer de gekiemde bonen wel heel voorzichtig, want je wilt niet dat de kiempjes beschadigen. Ik neem ze mee in hetzelfde bakje en leg er eerst nog even voorzichtig een vochtig gemaakt velletje keukenpapier overheen om te voorkomen dat ze gaan rollen terwijl ik over verkeersdrempels naar de moestuin rijd. Maak een gaatje in de grond, leg voorzichtig het boontje erin, en dek toe met aarde. Of zaai de gekiemde boontjes eerst nog voor in een diepe cellentray om ze dan later als grotere planten uit te zetten.
Vorig jaar had ik ook droogbonen (Yin Yang boontjes) gekweekt. Het was leuk, maar omdat je de peulen aan de plant moet laten drogen duurde het wel erg lang allemaal voordat ik ze kon oogsten. Ik sla ze over dit jaar. De Ying Yang boontjes zijn overigens wel heel erg leuk om te zien (zwart/wit inderdaad).
1.6 Wortelen
Er is voor elk wat wils : rond, lang, dun, dik, en zelfs gekleurde wortels en de groene pluimen van het blad staan mooi te wezen boven de grond. Je hoeft ze niet meteen allemaal tegelijk te oogsten. In de grond blijven ze best een tijdje goed.
Maar ook de wortel heeft wel wat eisen: De grond moet uiteraard heel goed los en rul zijn, anders kan de wortel niet goed groeien. De zaadjes zijn klein. Met je vingers de zaadjes meteen op goede afstand van elkaar leggen is eigenlijk geen doen. Maar later uitdunnen is een monnikenwerk, kan de resterende wortels beschadigen en kan ook nog eens de wortelvlieg aantrekken.
Ik ontdekte op internet de “satehprikkerpunt” techniek (zie laatste alinea bij Zaaien en zo). Toegegeven; dit is ook een klusje, maar levert uiteindelijk toch tijd/voordeel op. Wortelzaad kiemt alleen als het goed vochtig wordt gehouden. Je kan plastic of een plankje o.i.d. erop leggen. Dan moet je wel zeer regelmatig controleren of ze al ontkiemt zijn, want dan moet je de plank/het plastic direct verwijderen.
Dit voorjaar heb ik de aarde afgedekt met vliesdoek wat ik een paar keer dubbel had gevouwen. Mochten de wortels kiemen dan worden ze niet meteen in de kiem gesmoord. Het werkte goed; binnen een paar dagen zag ik al kiemplantjes die er nu allemaal heel blij uitzien. Zaai eventueel ook meteen wat bieslook, stengelui o.i.d. bij de wortels.
Of, als je geen zaden hebt, koop in de supermarkt bosui (waar worteltjes nog aan zitten). Zet ze in een laagje water totdat de worteltjes van het uitje beginnen te groeien. Deze plant je dan bij je wortelen. Je kan er ook prima van oogsten. Snijd iedere keer een groene stengel af; er groeien maandenlang weer nieuwe stengels voor terug. De wortelvlieg raakt in de war van de uiengeur en de uienvlieg van de wortelgeur. Een win-win situatie dus.
2. Enkele tips voor de winter
2.1 Algemene tips
Hoewel we daar nu nog helemaal niet aan willen denken, toch alvast even een woordje over het najaar en de winter. Ik heb in de community-app al een lijstje gedeeld welke groente het goed deden in mijn tuin tijdens de herfst en de winter. Mocht je dit gemist hebben en het ook willen inzien: laat het mij gerust weten, ik deel het graag met je.
Het belangrijkste: begin op tijd met (voor) zaaien. Want planten hebben niet altijd veel warmte nodig, maar wel genoeg licht om te kunnen groeien. Vooral dat laatste wordt vanaf augustus toch al rap minder. Ik vergat dat ook bijna terwijl ik nog mijn handen vol had aan de komkommers en zo. Gelukkig bleken begin/midden september veel planten toch nog goed te kiemen en te groeien.
Om te kunnen oogsten moet je zorgen dat je planten al min of meer volwassen zijn voordat het licht echt minder wordt. Daarna komt de groei bijna helemaal tot stilstand. Alleen tuinbonen lijken zich hier niet aan te houden. Maar daar gaan we het nu maar even niet over hebben…. Als het kan: oogst niet meteen de hele plant/de hele krop; maar pluk de buitenste bladeren en laat het hart staan. Heel langzaam zal de plant verder groeien en kan jij dus toch regelmatig nog bijvoorbeeld wat verse sla, Mizuna of Paksoi naar huis meenemen. Hoe leuk is dat!
2.2 Kolen/Bladkolen
Ik vind het een leuk gewas; er zijn zoveel verschillende soorten en kleuren! En deze oogst je juist vaak weer tijdens het najaar en zelfs de winter; op een moment dus dat er verder misschien niet zo veel meer groeit in je tuin. Als bonus krijg je in het voorjaar (als het hun tweede jaar is) uiteindelijk prachtige bloemen waar de vroege hommels dan weer helemaal dol op zijn. Dit jaar houd ik in ieder geval voor de groei tijdens de lente/ zomer 1 bed gereserveerd voor ze. Hier heb ik meteen een net overheen heb gezet om te voorkomen dat vlindertjes/motjes mijn kolen kiezen om voor hun nageslacht te zorgen.
Ook potjes met net opgekomen zaailingen zet ik meteen onder dit net. Zo’n net kan je natuurlijk kopen; maar een klamboe of vitrage van de tweedehands winkel werkt ook prima. Zolang de mazen maar fijn genoeg. Ik heb ook gemerkt dat bijvoorbeeld korianderplanten tussen de kolen de vlinders lijken te misleiden. Onbedekte kolen die dicht bij de koriander stonden hadden minder schade dan die verder weg
stonden. Toeval?? Wie zal het zeggen. Ik heb in ieder geval ook onder het net nog wat korianderplantjes gezet. Baat het niet; het schaadt ook niet en daarnaast staat het ook leuk en is het lekker. Behalve als je het gen hebt wat ervoor zorgt dat het naar zeep smaakt…….
Tijdens de late zomer heb ik de (blad)kolen lukraak over de tuin gezaaid/geplant. Dit is niet volgens de regels van de wisselteelt (als je die volgt). Maar juist veel groente die geschikt zijn voor najaar-/winteroogst vallen nu eenmaal onder de familie van de kolen. Ik durfde het wel aan omdat het dan minder warm is en omdat ik lege plekken in de tuin zo snel mogelijk weer wilde vullen. Tijdens het najaar, winter en vroege voorjaar heb ik hier echt veel van kunnen oogsten.
3. Zaaien en zo
3.1 Algemene tips
Tja, om die tuin vol te krijgen moet je dus voor plantjes zorgen. Gelukkig is er veel te koop. Zelf ben ik gek op zaaien dus ik probeer dan ook zoveel mogelijk uit zaad op te kweken. Het is zo fijn om dat groene puntje boven de aarde te zien komen. Toen ik vorig jaar begon heb ik het meeste direct in de volle grond gezaaid. Het was al warm en die kale vlaktes wilde ik snel vullen. Dat bracht ook wel weer wat uitdagingen met zich mee; de zaadjes moesten vochtig blijven en, ook belangrijk, je moet goed bijhouden waar je wat gezaaid hebt.
Ik kwam er ook achter dat je goed moest controleren wat de zaadjes nodig hebben om te kiemen: wel- of geen licht. Het staat niet altijd duidelijk op de zakjes vermeld. Dat verklaarde ook waarom de met grond toegedekte slazaden maar niet of nauwelijks wilden kiemen. Vele satehprikkers hebben in mijn tuin gestaan om te markeren waar welk rijtje nou begon en eindigde. Ik kom ze nu soms nog tegen.
Dit jaar zaai ik meer voor in (pers)potjes, zaaitrays met cellen etc. De zaaitrays vind ik fijn om mee te werken, maar als je niet veel plantjes tegelijk zaait of zaadjes/plantjes met andere kiem- of groeibehoefte dan zaai ik liever in kleine potjes. Ze nemen minder ruimte in beslag en zijn ook makkelijk verplaatsbaar naar binnen en/of buiten. Bij gebrek aan kleine potjes heb ik in kleine plastic shotbekertjes een goed en goedkoop alternatief gevonden. Deze heb ik gekocht bij een bekende supermarkt. Met de punt van een soort hete soldeerbout heb ik in de bodem wat gaatjes geprikt. Ze zijn behoorlijk stevig; dus ze zullen best lang meegaan.

3.2 Perspotjes
Perspotjes heb ik dit jaar weer herontdekt en vind ik ook echt heel fijn om mee te werken. Voor wie niet weet wat het is; je maakt met behulp van een malletje vierkante, vochtige grondblokjes met een gaatje bovenin waarin je kan zaaien. Zo’n plastic malletje heb ik bij het tuincentrum op de kop getikt. Het gaatje in het blokje dek je na het zaaien af met wat aarde. Tenzij je te maken hebt met een lichtkiemer, natuurlijk.
De blokjes zet je dicht naast elkaar in een bakje/op een tray met hoge rand. Je bewatert alleen via de bodem van het bakje/de tray, zodat de blokjes het kunnen opzuigen. Als je plantje groot genoeg is kan je deze zo met kluit en al in de grond of een grotere pot zetten. Voordeel is dat je dus de wortels minder beschadigt, de blokjes langer vochtig blijven dan aarde in potjes en het is duurzaam; want je gebruikt minder plastic. Nadeel: het is alleen geschikt voor kleinere zaden; bonen / pompoenen e.d. kan je hier niet in zaaien.
Het kan een uitdaging zijn om de juiste samenstelling grond/vocht te vinden. Te droog of te nat: dan vallen de blokjes uit elkaar. Als je eenmaal de slag te pakken hebt dan is het een fluitje van een cent. Ik vind het zelf een leuk werkje om te doen. Het “recept” wat ik gebruik voor de perspotjes: 1 deel gezeefde compost, 1 deel potgrond en ½ deel brekerzand + water. Meng alles goed. Als je het mengsel in je hand neemt dan moet je een kluit kunnen samendrukken die redelijk bij elkaar blijft. Voeg eventueel wat meer aarde of water toe indien nodig.

Je kan geen stekers in de perspotjes steken om aan te geven wat je gezaaid hebt; ik plak hiervoor labels op het bakje/tray waar de perspotjes in/op staan. Kleine zaadjes: wat een gepriegel om ze te zaaien, zeg. Je kan ze bijna niet vastpakken en je ziet amper of en waar ze op de grond zijn geland. Internet bood hulp; met een vochtige houten satehprikker lukt het zaaien beter. Bevochtig de punt in een bakje water; en door het druppeltje water/het vocht aan de punt kan je heel mooi 1 zaadje eraan “plakken” en daarna druk je het voorzichtig tegen de aarde. Dat scheelt dan weer later uitdunnen en je bespaart op zaden.
Doe de zaadjes die je wilt gebruiken wel eerst in een apart bakje; je wilt niet dat je resterende zaden in het zakje vochtig worden.
3.3 Zaailingen
Dit voorjaar had ik dus een hoop voor gezaaid. De uitdaging werd daarna waar ik de zaailingen moest laten. De vensterbank bood niet genoeg ruimte. Mijn zaailingkindjes wil ik ook het liefst eerst even thuishouden om zo goed mogelijk voor ze te zorgen. Maar ik zat ook niet te wachten op lange slungels die te weinig licht hebben gehad. Gelukkig kan een groot aantal plantjes bij niet al te koud weer best al naar buiten; al is het misschien eerst alleen overdag.
Ik heb veel zaailingen thuis buiten in een zogenaamde “koude bak” gezet. Het is niks bijzonders; een plastic moestuinbak met een transparante kap waarin ventilatieschuiven zitten. Die is lekker licht en makkelijk verplaatsbaar van buiten/naar binnen/ in zon of schaduw. Het voldoet prima. Ook die plastic opruimbakken met transparant deksel zullen wel voor dit doel gebruikt kunnen worden. Wel opletten dat je goed ventileert en dat de bak of kap een beetje hoog is; Voor je het weet staan je zaailingen je zielig aan te kijken terwijl ze tegen het plafond aan gedrukt zitten. Een aubergineplantje die ik tijdens het kiemen binnen even niet in de gaten had gehouden kijkt mij met haar gebochelde steeltje nog steeds boos aan. Ik probeer het goed te maken met haar, maar dat valt niet mee.
Natuurlijk zijn er ook nog de “diva’s” onder de zaailingen (ik noem geen namen, jullie weten wie ik bedoel). Die willen het constant lekker warm hebben. En ook veel licht. Dus ook in de woonkamer vlak bij het raam staan potten met deze kritische typjes, die bij zonnig weer ook af en toe eens naar buiten mogen.
Af en toe kijkt mijn gezin een beetje meewarig en vraagt zich volgens mij af wanneer wij de
woonkamer eindelijk weer voor onszelf hebben. Nog even geduld, lieve mensen.
3.4 Wat was dit ook alweer?
Het is verstandig om direct na het zaaien meteen aan te geven wat je hebt gezaaid. Want oh jee; wat lijken sommige zaailingen veel op elkaar, en, geloof mij: je onthoudt het niet allemaal. Het is ook fijn voor de mensen die bijvoorbeeld tijdens je vakantie voor je tuin zorgen en als bonus misschien mogen oogsten. Je wil niet dat ze je kleine courgetteplant aanzien voor sla.
Ik heb ervoor gekozen om voornamelijk plastic stekers te gebruiken, want houten vind je lastig terug tussen de gewassen en willen nog wel een gaan schimmelen. De stekers wil ik wel graag meerdere malen kunnen gebruiken. Daarom plak ik er een stukje tape op wat tegen vocht kan en met een waterbestendige stift schrijf ik dan op de tape de naam van de plant. Na gebruik haal je de tape eraf en kan je de steker weer opnieuw gebruiken.
4. Bevruchting / bestuiving
Iedere plant heeft zo zijn voorkeuren; de 1 wil het bijvoorbeeld via de wind en de ander weer via insecten. Bij twijfel: tik regelmatig zachtjes tegen de plant. Dat kan in ieder geval geen kwaad. Want in de kas is vrijwel geen wind, en mocht dit de voortplantingsvoorkeur van de plant zijn dan kan je met tikken/zachtjes schudden doen wat de wind buiten doet.
Koester de hommels; want die zijn ook heel hard voor ons aan het werk.

Sommige planten kunnen best wel een beetje extra begeleiding gebruiken van ons. Pompoenen en courgettes bijvoorbeeld: die hebben gelukkig heel duidelijke mannelijke en vrouwelijke bloemen. Bij de vrouwelijke bloemen zie je aan de basis van de bloem al een mini-courgette of -pompoentje; bij de mannelijke niet. Met bijvoorbeeld een wattenstaafje kan je wat stuifmeel vanuit de mannelijke bloem halen en aanbrengen op de stamper van de vrouwelijke bloem. De hommels zullen ook voor bestuiving zorgen, maar een beetje extra hulp hierbij voor nog meer vruchten is zeker niet erg.
Soms produceren planten eerst alleen mannelijke bloemen. Dit is vaak in het eerste groeistadium en later verschijnen ook de vrouwelijke bloemen. Heel soms volgen geen vruchten. Vorig jaar heb ik tot 2 x toe snijbonen gezaaid. En waar ik mijn mede-tuinders zakken vol snijbonen mee naar huis zag nemen heb ik geen 1 boon kunnen oogsten. Dit jaar ga ik de uitdaging weer aan, maar wel met een ander ras. Tja, ook dat hoort erbij.
5. Water (laten) geven
De warmte wordt mooi vanzelf geregeld door de zon en de kas. Water geven: dat moeten wij zelf doen. Persoonlijk vind ik dat soms toch best een hele klus. Zeker als je helaas niet altijd de tijd kan vinden om naar de tuin te gaan. Dan zit ik mij toch weer een beetje zorgen te maken over mijn groente-kinderen. Om mijzelf wat (gemoeds)rust te gunnen heb ik er nu voor gekozen om mijzelf een
bewateringssysteem inclusief een computertje cadeau te doen. Of eigenlijk is het nog een verjaardagscadeau van hele lieve (schoon)ouders omdat ik nog wat envelopjes van ze had liggen.
Ik had eerder al eens op internet gezocht, maar zag door de bomen het bos niet meer. Sommige systemen lijken ook wel eens moeite te hebben met de drukverdeling, begrijp ik. Met als gevolg dat er veel water sproeit in het begin maar veel minder aan het einde van de slang.
Het was dus heel fijn voor mij dat Wouter een systeem in zijn eigen tuin aan het testen was. Ik heb uiteindelijk voor gemak gekozen en via hem de spullen besteld.
Samen met mijn man heb ik de hoofdslang met aftakkingen in de tuin gelegd. Dat was wel even een uitdaging; de planten mochten natuurlijk niet gewond raken. Maar we zijn een goed team samen en de planten zijn er heelhuids vanaf gekomen. Bij mijn man heb ik tussendoor wel een pleister moeten plakken. Het systeem doet zijn werk en ik ben er blij mee. Er kan weer rustig geslapen worden.
Mocht je ook voor dit systeem kiezen dan wil ik graag wat tips met je delen:
- Druk de uiteinden van de hoofdslang goed in de koppel- /eindstukken. Wij waren te zachtaardig geweest met als gevolg dat ook hier onbedoeld water uitkwam. Gelukkig is dat makkelijk te verhelpen.
- Maak de hoofdslang tijdens het aanbrengen in je tuin hier en daar vast aan het hek/een stok met touw/tie-wrap of met ankerpennen. Omdat de slang opgerold is geweest, is deze in het begin wat halsstarrig. Als hij eenmaal een tijdje ligt gehoorzaamt hij wel.
- Prik pas gaatjes voor de sproeislangen als de hoofdslang al ligt. Dan heb je beter overzicht waar je de sproeiers nodig hebt.
- Voor het prikken van een gaatje voor de sproeislang is het handig om eerst iets hards (stukje plankje of steen) onder de hoofdslang te leggen. Dit geeft een stevigere ondergrond, wat het prikken makkelijker maakt.
- Houd de sproeislang bij de hand en maak het uiteinde wat in het gaatje moet een beetje nat (bedankt voor de tip, Ingrid)
- Als je het gaatje hebt geprikt en de prikker eruit haalt: druk meteen de sproeislang erin, want het gaatje krimpt snel weer een beetje. Mocht je het slangetje er niet meteen goed in krijgen: druk de prikpen weer even in het gaatje, “roer” er een beetje mee rond om het gaatje weer wat ruimer te maken. Daarna zou het sproeislangetje er makkelijk in moeten gaan.
- Het andere uiteinde van het slangetje druk je dan op de sproeipen die je dan in de grond kan steken. Door de steker kan je een beetje spelen met het sproeibereik.
- Je kan de sproeipen ook zelf met wat touw o.i.d. aan een stokje vastmaken. Zie de foto hieronder. Dan staat deze wat hoger en wordt het sproeibereik wat groter. Kortom, Je kan er dus een beetje mee “MacGyveren” als je dat wilt.
- Eerst nog even oefenen met het gaatjes prikken? Vlak bij mijn tuin hangt een stuk “oefenslang” bij het hoofdpad. Deze is door Ingrid beschikbaar gesteld. Nogmaals bedankt hiervoor.
- Als je trouwens per ongeluk een gaatje hebben geprikt op een plek waar het niet nodig was: prik er nog een gaatje naast en druk van een stukje sproeislang beide uiteinden in ieder gaatje. Een soort bypass dus. Nog niet door mij getest maar het klinkt als een goed idee. (Bedankt Geraldine en Marco).

6. Verlepte oogst
Het laatste onderwerp van deze blog. Sommige van jullie herkennen het vast wel: Je bent klaar in de tuin en je hebt geoogst. Het is warm in de auto/op de fiets. Opeens bedenk je dat je ook nog naar de supermarkt moet. En dan kom je uiteindelijk thuis en zijn vooral je bladgroente door de warmte in je auto/fietstas behoorlijk verlept (en jij na een lange dag misschien ook een beetje). Vaak kan je de groente nog wat oppeppen door ze een tijd in koud water te leggen.
Ik neem de oogst sinds de zomer mee in een emmer met wat water erin. Dat werkt goed om ze fris te houden onderweg. Het is wel een vrij lage emmer met brede bodem; die valt niet zo snel om. Voor de zekerheid zet ik hem tijdens de reis wel op de grond en niet op een stoel. En worstel ik mij weer heel voorzichtig over die verkeersdrempels naar huis……. Mocht je met de fiets zijn; misschien vind je een emmer die past in de fietstas.
Ik heb niet altijd genoeg bakken in huis om de groente thuis in te koelkast te bewaren. Door ze in een vochtige theedoek te verpakken en in de in de koelkast te leggen blijven ze dagenlang fris en knapperig, heb ik gemerkt. Wel eventueel eerst de wasverzachter uit de theedoek spoelen. Tenzij je een vleugje Robijn in je eten wel kan waarderen. Misschien is dit ook een optie om op die manier je groente naar huis te vervoeren. Dat heb ik nog niet geprobeerd.
7. Tot slot
Nou, dit was hem dan. Mijn blog. De eerste die ik ooit geschreven heb. En inderdaad erg lang en soms een beetje van de hak op de tak. Sorry; het is voor mij ook geen dagelijks werk. Toch hoop ik sommige van jullie (nog) wat tips te hebben kunnen geven of in ieder geval een glimlach van herkenning.
Ik kijk uit naar jullie tips, tricks en moestuin-avonturen. Ik wens jullie allemaal een heel mooi moestuinjaar met een prachtige oogst en fijne momenten.
